|
Water zuiveren of saneren gebeurt op twee niveaus: op gemeentelijk en op bovengemeentelijk niveau. Op het niveau van de gemeenten zorgt een netwerk van riolen, rioolaansluitingen, grachten en lokale waterzuiveringsinstallaties voor de afvoer van water. Vervolgens brengen collectoren het afvalwater naar grote zuiveringsinstallaties, waar het water gezuiverd wordt. Deze laatste infrastructuur overstijgt het gemeentelijke niveau.
Uw gemeente of stad en de Vlaamse overheid betalen in belangrijke mate de kosten van deze totale watercyclus. Maar ook van u - als verbruiker van water - wordt verwacht dat u een deel bijdraagt in deze kosten.
Sinds 1 januari 2005 betaalt u via uw drinkwaterfactuur een integrale waterprijs. In deze prijs is een bijdrage tot zowel de kosten voor de productie en het transport van drinkwater als tot de kosten voor de zuivering van het drinkwater vervat. U betaalt niet langer een milieuheffing.
De bovengemeentelijke saneringsbijdrage - vroeger milieuheffing - wordt berekend volgens de mate waarin u meer of minder drinkwater verbruikt. De bijdrage tot de sanering van het drinkwater wordt verrekend in de prijs per kubieke meter. Minder drinkwater verbruiken, betekent automatisch ook dat u een kleinere saneringsbijdrage betaalt. Dit is logisch gezien u ook minder afvalwater produceert. Via de bovengemeentelijke saneringsbijdrage komt u tussen in de investerings- en onderhoudskosten van de collectoren en zuiveringsstations, via de gemeentelijke saneringsbijdrage in de kosten van het rioleringsnetwerk op gemeentelijk niveau.
|